donderdag 15 september 2016

Ontdek de dynamische geheimen van natuurgebied De Braakman


Tekst:          Cora Verhelst
Fotografie: Ronny Bouwens

Bessenpracht op stammetje
September. De overgangsmaand van de zomer naar de herfst. De bloemen zijn bijna uitgebloeid, maar bessen en andere vruchten zorgen voor vrolijke kleuraccenten in de natuur. Vaak met een ongekende schoonheid. Wanneer we met Martin Martens en Elly Nijs, beide vrijwilligers bij Staatsbosbeheer het natuurgebied De Braakman bezoeken, heeft Elly haar emmer al gereed om de laatste bramen te plukken. Martin is sinds kort gids en vrijwilliger bij Staatsbosbeheer en zal ons rondleiden en wijzen op aanwezige vogels. Het is zijn eerste excursie die hij gaat leiden, vertelt hij, niet wetend welke verrassing hem nog te wachten zal staan. ,,Het is nu een wat rustigere periode voor de vogels. De mannetjes moeten niet meer achter de vrouwtjes aan, en vooral bij de kleinere soorten zijn de jonkies uitgevlogen,” begint Martin zijn excursie. Het gezang is nu een stuk minder dan in mei en juni, wat de hoogtijdagen voor deze live concerten zijn.

Het is nog vroeg in de ochtend op deze mooie septemberdag. Een gouden gloed verschijnt aan de horizon en kondigt het begin van de dag aan. Een haan laat een schor geluid horen, alsof het nog te vroeg is om te kraaien. Via een graspad gaan we het natuurgebied in. We zien al de eerste spinnenwebben die in deze tijd extra opvallen door de dauw waardoor ze behoorlijk doorhangen. De bessen van de meidoorn kleuren mooi rood en de sleedoorn valt extra op door zijn doffe blauwe bessen. Elly plukt een blauwzwarte parel en knijpt erin: ,,Wanneer ze zacht zijn, zijn ze rijp, maar nog erg zuur om te eten. Ook vogels laten ze nog hangen. De eerste vorst moet er nog overheen, dan pas zijn ze lekker om te eten. Je kunt er ook prima likeur van maken!” Dat laten we ons geen twee keer zeggen, en we vullen een emmer met deze mooie blauwzwarte stevige knikkers.

We vervolgen het pad verder en signaleren een eindje verderop een kale boom met een bijzonder grote vogel. Fototoestellen en verrekijkers turen al gauw de verte in. Zijn boeven streep en donkere vleugels doen vertellen dat het hier om een visarend gaat. Een heel bijzondere waarneming voor hier in De Braakman. Zou het één van de jongen kunnen zijn uit recente broedsels uit de Biesbosch? Voor Martin een bijzonder moment zo op zijn eerste excursie als gids!

‘Zijn boeven streep en donkere vleugels doen vertellen dat het hier om een visarend gaat’ 

Even verderop spotten we zilverreigers, een blauwe reiger en een grote groep lepelaars bij de kreek. Een koppeltje dodaars genieten van deze mooie zomerse dag.  Een aalscholver rust uit op een paaltje. Even lijkt het of hij zijn vleugels gaat uitslaan voor het drogen van zijn vleugels. Hij wiebelt even, maar blijft vervolgens stil zitten. We willen verder door het gebied struinen, maar de natuur laat mij per direct stoppen. Mijn voet zakt weg in een diepe put en slurpt mijn been tot aan mijn knie helemaal op. Tja, konijnen houden er geen rekening mee bij het maken van hun woonst dat dit wel eens een wandelpad zou kunnen zijn.
Lepelaars poetsen hun veren op
 De zon klimt steeds hoger en de temperatuur is aangenaam. Het koninginnekruid zit vol met zaad. ,,Distelvinken zijn er dol op. Vaak zit er in het zaad van sommige felgekleurde bloemen nog een restje kleurstof van de bloem, waaraan deze vogels hun vrolijke kleuren aan te danken hebben,” licht Martin toe. Hier en daar zien we een bloeiende teunisbloem in het landschap. Grote groepen heelblaadjes kleuren de graskanten vrolijk geel. De kardinaalsmuts met zijn roze vruchten maakt het herfstboeket compleet. Een overgebleven harig wilgenroosje piept er stiekem tussendoor. Het landschap gaat van een open karakter over naar een meer besloten karakter. 
 Het graspad leidt ons langs een dicht bos. Zonnestralen spelen met het licht tussen de stammen door. Een specht laat zijn uitbundige lach horen en slakken met hun gestreepte huisjes hangen aan de bomen: ,,Je ziet ze op sommige bomen wel en op andere weer niet. Ze eten het alg op dat zich op de boom bevindt,” vertelt Elly terwijl ze haar emmer met bramen, die ze hier en daar nog heeft kunnen plukken, als een handtasje over haar arm draagt. Wanneer we het struingebied verlaten en het aangelegde wandelpad verder vervolgen scheren libellen over de hoge struiken. Takken met rozenbottels hangen weelderig over een raster heen. Even verderop vervolgen we ons pad langs een oude zeedijk en blijven die een tijdje volgen. Je komt ze in het Zeeuwse landschap vaak tegen. Bij de laatste gluurmuur worden we getrakteerd op prachtige glinsteringen op het water. Op een schiereilandje zien we silhouetten van koeien. Ze lijken zo heerlijk te loungen bij het water. Zo’n vijftien lepelaars foerageren naar waterdiertjes. Ganzen strijken ontspannen neer terwijl zwanen een sierlijke vlucht opwaarts nemen. De natuur blijft letterlijk en figuurlijk in beweging! Nu maar hopen dat de visarend hier volgend jaar zijn vaste stekkie gaat vinden, én zorgt voor een nieuwe lichting!

Lees ook:
Braakman: groene oase in extase van mei 2013


Copyright Corawriter 2016 ©

maandag 29 augustus 2016

Beleef de vrede in Frankrijk in Parc Floral De La Colline Aux Oiseaux in Caen

Tekst:         Cora Verhelst
Fotografie: Ronny Bouwens
De indrukwekkende rozentuin herbergt zo'n 15.000 (!) soorten


Een park dat is opgedragen aan de vrede. Echt waar, die bestaat! En dan nog wel van zo’n 18 hectare groot. In 1994 aangelegd ter ere van de 50-jarige herdenkingsfeesten van de landingen in W.O. II in Normandië. Wat eerst een afvalstortplaats was, is omgetoverd tot een prachtig park met diverse thematuinen: Normandië Miniatuur, Panoramatuin, Dieren uit Normandië, Wereldtuinen, Speeltuin, De Rozentuin, Het Labyrint, Franse Tuinen en Het Huis met de Positieve Energie. Ondanks haar jeugdigheid is de imposante tuin uitgegroeid tot een rijke groene oase waar je al de hectiek van het dagelijkse leven even kan vergeten.
De panoramatuin biedt je een spectaculair uitzicht over Caen
De indrukwekkende rozentuin met 15.000(!) soorten herbergt een romantische fontein en wordt omringd door een diversiteit aan andere groene pareltjes. Vergeet niet het labyrint te bezoeken. Maar pas op! Want het is zoeken naar de uitgang! Elke tuin lijkt zijn eigen karakter te hebben, maar samen vormen ze één groene lappendeken in de historische stad Caen.
De tuin is gestructureerd en overzichtelijk te noemen met handige verwijsbordjes. Licht, zonnig, met stroken gras die je de mogelijkheid bieden om je picknickkleedje neer te leggen. Maar zit je liever op een picknickbank met je Franse stokbroodje, bezoek dan de panoramatuin, die je een magnifiek uitzicht geeft over de historische stad Caen met sprookjesachtige torens, de universiteit van Caen, Abbaye-aux-Hommes en nog veel meer! Of drink je bij voorkeur je Franse wijn onder de bloeiende pergola met uitzicht op de rozentuin?

Eén ding is zeker:  wanneer je de brede paden bewandelt, zal je een rijke schat aan bomen en bloemen ontdekken. Dit wordt een dynamische ontdekkingstocht op het ritme van de vakantie!

De tuin is ook nog eens gratis te bezoeken en alle dagen van de week geopend met uitzondering van 25 december en 1 januari. Ga er snel heen en ervaar hier de vrede!

Parc Floral De La Colline Aux Oiseaux
Av. Amiral Mountbatten
14000 CAEN 

Lees ook:
Berck-sur-Mer: een zee van zandstranden van september 2015
 

© Copyright Corawriter 2016

woensdag 17 augustus 2016

Op m’n ouwe fiets…deel 4

Tekst:         Cora Verhelst
Fotografie: Ronny Bouwens
 
Ik zag hem daar staan: de stalen tijger. Oud, maar nog lang niet opgegeven. Voortgekomen uit een tijd waarin oude ambachten nog meetelden in de productie van artikelen. Van een hoogwaardige kwaliteit en onuitroeibaar. Mijn ouwe fiets, die mij elke keer harde races bezorgde. Maar het was nu tijd voor ontspanning. En genieten. Ik had tenslotte nóg een fiets. Die was heel de winter in een vergeten hoekje blijven staan. In een schuur vol met spullen. Een zure geur met zich meedragend. Gedurende heel de winter had de kat ook daar zijn territorium afgebakend. Een tuinhark met modder er tegenaan geleund. Op zijn bagagedrager een doos met tuingereedschap. Een creatief kunstwerk van spinrag, dat mijn stuur en mijn trapper aan elkaar verbonden hield. Verstoft stond hij erbij. Een grote gapende wonde met zich meedragend. Hier kon alleen een bandenspecialist aan te pas komen. En daar was echt geen tijd meer voor nu met de vakantie voor de deur! Dus, was ik toch weer veroordeeld tot m’n ouwe fiets. We leken wel voor altijd aan elkaar verankerd te zijn. Als een onlosmakelijk team. Zoals een amazone met haar paard. M’n ouwe fiets ging mee naar Frankrijk! Of ik nu wilde of niet. Ach ja, de Tour de France was volop in bedrijf. Wellicht kon ik nog in Team Rabobank…

M'n ouwe fiets en ik : geen races meer. Eindelijk vakantie!
Snel werd hij opgeladen. Ondanks de siererwt, die hem met zijn groene tentakels stevig in zijn greep hield. M’n ouwe karretje had zich definitief losgerukt uit zijn jarenlange slaapmodus. Blijkbaar nu ook klaar voor een internationale race. Hij had grotere ambities dan ik dacht. En dus toerde hij mee naar Frankrijk. De Zeeuws-Vlaamse polders achter zich latend. De Schelde, die ooit zijn eindstreep was, verruilde hij nu voor een heuse Franse oceaan. Geen kinderachtige Zeeuwse fietspaden die hem niet verder brachten dan Terneuzen. Het echte werk was nu begonnen! Langs Belgische snelwegen en Franse tolwegen, liet hij zich begeleiden naar onbegrensde mogelijkheden. Wij op ontdekkingstocht, hij op zoek naar nieuwe sportavonturen waar op dit moment fietswedstrijden in de vorm van de Tour de France en voetbalcompetities de boventoon voerden. Via het Belgische Diksmuide en het Franse  Cap Gris-Nez bolde hij mee naar de Voies Vertes (fietsroutes door het Franse landschap) bij Offranville. Hier lag de ultieme Franse uitdaging: de Veloroute du Lin, van Hautot-sur-Mer tot Fécamp; een oude spoorlijn die nu dienst doet als fietsroute. Van stationnetje naar stationnetje kar je door groene tunnels, langs groene landerijen en idyllische dorpjes. Maar de wedstrijdjes bleken nu eindelijk voorbij te zijn! Want bij de eerste de beste hangmat hielden we halt en onder het beschermende bladerdak van een eikenboom, kwamen we tot rust en hadden we nog maar één einddoel in gedachten: vakantie!

Lees ook in de serie van 'Op m'n ouwe fiets':

Op m’n ouwe fiets…deel 3 van juli 2016
Op m’n ouwe fiets…deel 2 van juni 2016
Het was echt de allerlaatste keer…van februari 2016 

© Copyright Corawriter 2016

zondag 7 augustus 2016

Mis Poes…deel 2

Tekst:         Cora Verhelst
Fotografie: Ronny Bouwens
 
Ik ben Dimpey. Je weet het vast nog wel. Die Europese korthaar met olijke streepjes en een malle snoet met een sproetje op zijn neus. Mijn leven begon in het asiel. In een kartonnen doos. En in een abstracte ruimte. Met wat broertjes en zusjes die over elkaar heen tolden. Mijn baasje kwam mij op een dag ophalen. Met die platonische vriendin. Vervolgens leefde ik een viertal jaren op een flat. Dit decor vormde weliswaar de warming-up voor mijn verdere leven. Daar werd ik namelijk lichamelijk getraind ter voorbereiding op mijn toekomstige avontuurlijke leven. Maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Mijn trainingen bestonden uit keiharde races vanaf het balkon richting die aftandse bank die ik gebruikte als aftrap voor mijn verdere racerondje door de flat. 

De tuinen van William Farcy met zijn rozenbogen hebben op
veel mensen en dieren aantrekkingskracht
Ondeugend, lief, een huismus, maar, hoe paradoxaal ook, een avonturier. Ja, dat ben ik. Luxemburg, Duitsland, België, Frankrijk. Mijn voetsporen, met zachte kussenvoetjes, zijn internationaal te noemen. Ik bezocht al talrijke Franse tuinen, mooie dorpjes, genoot van spectaculaire zonsondergangen en beleefde de geschiedenis van W.O.I in Diksmuide. Maar goed, om even to the point te komen: het nieuwe camperseizoen stond weer voor de deur. Er werd weer druk gestofzuigd. Doekjes wapperden in het rond. Spullen werden ingeladen. Klaar voor nieuwe Franse avonturen. Tenminste, dat verwachtte ik. Tot die ene fatale dag: twee breedgeschouderde mannen stonden bij de camper. De ene had een dikke stapel bankbiljetten bij zich.
De andere dook met zijn neus onder de motorkap. Ik was er helemaal niet gerust op. En was bang voor einde avonturen. Ze liepen rondjes rond de camper en ineens was de deal gesloten. Ze reden ermee weg. Mijn bazinnetje rende er nog achteraan. Maar mijn baasje telde een dikke stapel met bankbiljetten. Ik zag de camper daarna nooit meer: die vierkante kubus op wielen met zijn romantische gele strepen verdween tot ver achter de horizon…
 
Ik keek nog één keer achterom
Een zestal weken gingen voorbij. Toen op de 1e juli mijn baasje aan kwam rijden in een gestroomlijnde witte reisauto. Dit was duidelijk een andere. Ik knipperde even met mijn ogen en weigerde in eerste instantie erin te gaan. Het voelde als verraad. Maar goed. Uiteindelijk ging ik toch overstag. Om nu heel de zomer in het bijzijn van mijn trappelende buurvrouw te verblijven. Daar had ik ook geen zin in! Er waren wel wat dingen veranderd: op de banken lagen dekentjes, er stond een super zacht mandje voor mij klaar en ik kreeg mijn eten geserveerd op een luxe dienblad. Met antislipbakjes! Was ik eindelijk verlost van die stinkende Tupperware dozen. Maar daar bleef het helaas niet bij. Er was ook een andere regel bijgekomen: ik moest een tuigje aan en aan een lijntje, met daaraan een touw, en daaraan weer een oranje springtouw, naar buiten. Wat een afgang! Maar ik had mijn plannetje al klaarliggen. 
 


'Het was toen nog maar een piece of cake: of zoals de Fransen zeggen: une futilité'

 
De eerst dagen verbleef ik in de camper. Kwestie van wennen. En o ja, we sliepen nu beneden in plaats van boven. Dat was wel jammer. Want ik miste mijn races vanaf het aanrecht vanwaar ik een grote jump nam naar de alkoof alwaar ik magen en volle blazen behoorlijk kon instampen. Maar goed. Je kan niet alles hebben. Ik bleef in de camper, mèt mijn tuigje aan totdat ik vernam dat we verbleven op die prachtige groene camping in Offranville vanwaar je het mooie park van William Farcy kan bezoeken. Weet je nog? Daar wilde ik graag nog eens heen! Zonder tuigje uiteraard! Ik daalde het trapje van de camper af. Mijn lijntje en touw als een spectaculair gevolg achter mij aan. Mijn baasjes zaten ontspannen bij de camper. Nu nog wel! Maar daar zou snel verandering in komen. Want ik draaide rond zijn wielen heen, het zwarte rubber flink afknijpend en tolde een paar keer rond de stoel van mijn bazinnetje. Ze kegelde met stoel en al zo het gras in!  Maar ik had ze
Ik bepaalde mijn eigen camperleven...
waar ze wezen moesten. Rechtopstaand en druk doende om de wirwar van kluwens los te halen. Wat een sensatie! Toen de lijn weer recht gespannen was, trok ik hem zo strak mogelijk. Het was toen nog maar een piece of cake: of, zoals de Fransen zeggen: une futilité. Binnen 10 seconden, nee, ik lieg, binnen 5 seconden was mijn tuigje volledig af. Met mijn achterpoot ontdeed ik hem van mijn hals en het middenstuk? Dat gleed er zo af.  Ik maakte mijn lichaam zo dun als een flessenhals en aangezien ik zo glad ben als een aal, gleed hij zo mijn slanke lichaam af. Ik keek nog één keer achterom: mijn baasjes achterlatend met hun gezicht als een verwrongen vraagteken. Onthutst, zich verslikkend in hun Franse wijn. Toen nam ik een grote spurt en haastte mij richting de bloemrijke tuinen van William Farcy…
Wil jij net als Dimpey het bloemenpark William-Farcy bezoeken? Een glooiende parkachtige tuin met talloze borders en achter elk hoekje in de zomer een verrassende bloemenpracht ontdekken? Boek dan nu een mooi plaatsje op Camping Le Colombier, een groene camping gelegen naast het bloemenpark van William-Farcy.

Camping Municipal Le Colombier
453 Rue Loucheur
76550 - Offranville
Lees ook:
Mis Poes van oktober 2015 

© Copyright Corawriter 2016

woensdag 20 juli 2016

Op m’n ouwe fiets…deel 3

Tekst:         Cora Verhelst
Fotografie: Ronny Bouwens
Eindelijk! Het is zomer! Na weken van grauwe luchten, regenbuien, onweer en windhozen is het nu tijd voor de zon. Het is dan ook al 22 juni. Maar goed. Wellicht dat vandaag het keerpunt  is aangebroken en nu ècht de zomer van start is gegaan. Wie weet is dit nog maar het begin van een maandenlange zomerse zotheid. Verwachtingsvol kijk ik uit naar lange lome zomermaanden, met een heerlijk koel glas witte wijn in mijn ene hand, en in mijn andere hand een waaiertje om mezelf wat koelte toe te wuiven. Hemelsblauwe luchten en elk weekend naar het strand. IJsjes eten totdat ze je neusgaten uitkomen. Of eindeloze fietstochten met de geur van zoete zomerbloeiers om je heen en een zon hoog aan de hemel. Wat zullen we bruin zijn straks in september! Ik kijk naar mijn nu nog melkwitte armen. Maar daar gaat snel verandering in komen. Ik zie de zon schijnen in het bleke staal van mijn ouwe fiets die hierdoor naar mij lijkt te knipogen. Alsof hij wil zeggen: kom op! We gaan onze eerste echte zomerfietsritje maken! Daar hoef ik niet lang over na te denken. Na de race van de vorige keer beloof ik mij plechtig dat dit een ontspannen ritje gaat worden. Geen wedstrijdjes! Geen competities! Dit keer ga ik echt genieten: al fietsend rijd ik door lome straatjes. Ik ruik zoete barbecuegeuren en mensen staan zacht met elkaar te keuvelen op deze heerlijke zomeravond. De lucht is nog blauw met hier en daar witte wolkenflarden aan de hemel.


‘Dit is bijna een kwestie van leven of dood’

Het graan op het land staat al hoog. De aren staan stil op het land. Geen zuchtje wind valt te bespeuren. Ik fiets in een ontspannen tempo over het asfalt. Het lijkt wel of ik er nu nog meer van smul dan van de voorgaande twee fietsritjes. Een heerlijke zomeravond rolt als een warme deken voor me uit. Een mannelijke fietser hangt uit te buiken over zijn racefiets. Ik gniffel in mijzelf. Laat hem maar gaan. Deze keer trap ik er niet in! Geen competities meer. Trouwens, het ziet er ook niet echt een uitdaging uit. Ik trap gestaag verder. In een zelfde rustig tempo. Wat een rust. En wat een stilte. Zo mag het altijd blijven. Het polderlandschap kabbelt rustig aan mij voorbij, als een beekje. Al veel te snel kom ik op mijn  bestemming aan. Ik stop even om wat bij te tanken. Ik kijk nog even naar de hemel, en beleef bewust deze mooie zomeravond.  In het etablissement aangekomen, staat de televisie aan. Het acht uur journaal wordt afgesloten met het weer. Zonnetjes overheersen de landkaart. Maar dan verschijnt een pluim donkere wolken over het scherm. En het komt onze kant op! Binnen nu en een half uur! Weg is de zomerzotheid. Eerst dronken van de zomerse geuren word ik nu keihard wakker geschud. Ik ontwaak in een nuchtere toestand. Ik spurt naar buiten en neem mijn stalen ros bij de hand. Ik zie de lucht in de verte versomberen. Gelukkig fiets ik de andere kant op: op weg naar het licht. Het wordt een keiharde race tegen de weerselementen. Maar ik ben getraind. Met standje drie, hogere versnellingen zijn er niet op mijn ouwe fiets, race ik naar huis. Ik motiveer mezelf om door te fietsen. Want was het de vorige keer een leuke race, nu is het een harde strijd tegen de weersinvloeden. En het is nog spannend wie gaat winnen! Dit is bijna een kwestie van leven of dood.


‘Een Vlaamse Gaai zit op een lantaarnpaal. Die zitten toch alleen maar in bomen en bossen?’

Achter mij zie ik de donkere onweerslucht steeds dichterbij komen. Bliksemflitsen schieten als messen door de lucht. Ik trap nog wat harder. Een Vlaamse Gaai zit op een lantaarnpaal. Die zitten toch alleen maar in bomen en bossen? Maar ik heb geen tijd om daar over na te denken, laat staan een foto te nemen van een Vlaamse Gaai op een lantaarnpaal. Niemand zal mij geloven als ik dit vertel. Als ik het überhaupt kan navertellen, want de bliksemflitsen schieten als messen door de lucht.  Ik race nog wat harder. Mijn benen razen in het rond. Een kat kijkt loom opzij vanuit de graskant. Een neger op een fiets komt mij tegemoet. Hij fietst richting de donkere wolk. Zou hij het Nederlandse klimaat niet kennen? Ik ga het hem toch niet uitleggen en trap hard door. In de verte een oud vrouwtje die met haar dochter mij tegemoet komt rijden. Of beter gezegd richting dreigende wolk: de moeder als een gekromde schild voor haar dochter. Ik hoop echt voor hen dat ze het redden.
De donkere schijf komt steeds dichterbij. Dreigend en grommend. Angst overspoelt mijn lichaam en veroorzaakt een adrenalinestoot. Plotseling voel ik een snerpende pijn in mijn rechteroog. Ook dat nog. Een vliegje was vast op zoek naar een alvast droog onderkomen en koos mijn oog uit. Dan heeft hij nu toch echt pech gehad! En ik ook. Even fiets ik met mijn ogen dicht verder. Stoppen is nu geen optie. Elke seconde telt. Geen tijd voor dat kinderachtige gedoe om een vliegje uit mijn oog te halen. Ik probeer mijn oog te openen en accepteer de hevige naweeën van die gelande vlieg in mijn oog. Tranen stromen als een hard stromende rivier over mijn wangen. Ik hoop dat hij met deze golven meedrijft. In een waas, zie ik de bebouwde kom steeds dichterbij komen. Godzijdank. Nog even doorzetten en ik ben straks veilig en wel in mijn warme en vooral droge onderkomen. Opgelucht rijd ik de bebouwde kom in. Een sportschool met sportende mensen voorbij rijdend. Schaf toch gewoon een ouwe fiets aan, wil ik bijna uitschreeuwen. Die houdt je fit en slank! Kijk maar naar mij. Maar goed. Ze zoeken het maar uit. Want ik heb maar één doel voor ogen: veilig thuis komen. Ik kijk nog één keer achterom en ik weet nu: de strijd is gestreden. Ik heb het gehaald. Mijn karretje verdient weer een ereplaats op het podium!

Lees ook:

‘Op m’n ouwe fiets deel 2’ van 8 juni 2016
‘Het was echt de allerlaatste keer’ van 27 februari 2016 

© Copyright Corawriter 2016

woensdag 8 juni 2016

Op m’n ouwe fiets…deel 2

Tekst               : Cora Verhelst
Fotografie       : Ronny Bouwens
Na een week van hard werken, deadlines halen, contacten leggen en afspraken maken, is het tijd voor pure ontspanning. Maar hoe, en wat? Ik kijk naar buiten, mijn blik glijdt langs de vrolijke zomerbloeiers in de tuin. De siererwt krinkelt zich langzaam een weg langs mijn oude fiets.  Zoekend  tussen de pedalen, zich oprichtend naar het licht. Langzaam klimmend en krullend om mijn zaal. Met zijn weelderige groene steeltje wijzend. Het is alsof hij wil zeggen: tijd voor een ritje!
Het groene woud achterlatend, wat mijn tuin bijna is, peddel ik dan ook al snel richting fietspad. De pedalen in een ritmische beweging steeds maar rond trappend. Wat een souplesse. Wat een geoliede machine. Het lijkt bijna weer vanzelf te gaan. Wanneer ik het fietspad nader, kijk ik recht de weidse polder in. Nevels omhullen het landschap. De lucht toont lichtgrijs, maar voelt als een warme deken om mij heen. Een heerlijke zaterdagse zaligheid doet mijn onrust als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wat kan een mens zich nog meer wensen!


‘Een heerlijke zaterdagse zaligheid doet mijn onrust als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wat kan een mens zich nog meer wensen!’

Een zacht briesje streelt mijn gezicht. Ik zie klaprozen als rode accenten in de  bermen verschijnen. Gele boterbloemen staan in grote vrolijke groepen bij elkaar. Hoge grassen met hun pluimige aren maken het mistige karakter compleet. Wat een decor! Dit is puur genieten. En ontspannen. Een gevoel van rust daalt op mij neer. Ik voel mij bijna één met het mistige landschap. De groene weilanden, strakke populieren, en zomerbloeiers glijden aan mij voorbij. Ik hang relaxed over mijn stuur naar voren, in een ontspannen houding! Als één krachtige vloeiende lijn met mijn stalen ros. Langzaam nader ik de bebouwde kom. Een mannelijke fietser in het vizier. Atletisch en breedgeschouderd. Zo dichterbij komend in het zachte zomerlandschap wil ik aan hem voorbij! Het competitiegevoel begint te borrelen. De adrenaline giert door mijn lichaam. De rust is weg. Ik wil vóór hem aan de stoplichten zijn. Eerst een medefietser, is hij nu mijn rivaal geworden. Ik race aan hem voorbij! Snel en maar met één doel voor ogen: ik wil winnen! Het zal je niet verbazen dat ik door deze adrenalinespurt als eerste bij de stoplichten aankom. Mijn vijand ver achter mij latend! Bij de stoplichten springt het licht op rood. Het is tijd voor een adempauze.
Wat een zo ontspannend fietsritje moest worden,
ontaardde in een verhitte strijd.
Mijn concurrent komt helaas hierdoor steeds dichterbij. Ik voel bijna zijn adem in mijn nek. Dit kan nooit de bedoeling zijn van mijn eigen in scène gezette race! Twee evenwijdige fietspaden wijzen de weg richting de Schelde: mijn einddoel. Het licht springt op groen. Mijn tegenstander neemt de linkerbaan. Ik de rechter: de competitie is opnieuw begonnen! Ik zie hem in mijn linkerooghoek het fietspad verder vervolgen: of moet ik zeggen het circuit. Het is een tactische keuze van hem, blijkt later. Zijn parcours kent namelijk geen obstakels, de mijne wel. Andere wegen doorkruisen mijn pad zodat ik geremd word door naderend verkeer van rechts en van links. Maar dan voegen onze wegen zich weer samen. De werkelijkheid dreunt als een mokerslag door mijn lichaam heen: hij heeft een voorsprong van zo’n 20 meter. Ik zal mij erbij neer moeten leggen: het circuit nadert steeds meer zijn einde en een inhaalmanoeuvre lijkt niet meer haalbaar. Toch lijkt het geluk ook een keer aan mijn kant te staan. Deze keer zijn de stoplichten in zijn nadeel. Ik nader hem steeds meer en meer. Tot ineens een nieuw obstakel zich in het verkeer zich aandient: drie jonge knullen vormen een blok tussen mijn rivaal en mij. Hoe moet ik mij hier tussenwurmen. Ze slingeren van rechts naar links over het fietspad. Inhalen is onmogelijk. Ik voel mij geïntimideerd door deze groep van drie mannelijke personen. Hoe jong ze ook zijn. Diverse doemscenario’s gaan aan mij voorbij. Ze komen mij bedreigend over. Maar dan ontwaar ik mijn breedgeschouderde bodyguard. Waar hij eerst een rivaal voor mij was, is hij nu mijn veilige haven geworden. Ik voel mij safe bij hem. Met mijn blik op zijn brede rug, fiets ik een tijdje met hem mee, en durf het bedreigende blok voorbij te steken. Met zijn tweeën vormen we nu bijna één geheel als een vloeiende tandem. Onze voeten synchroon met elkaar meebewegend. Ik voel mij weer heerlijk. Het blok van drie schoffies snel achter ons latend. Ach ja, het waren eigenlijk ook maar wat pubers. En ik lach en gniffel in mezelf. Zo rijden we in harmonie met elkaar samen. Maar dan begint de irritatie weer naar boven te komen. Mijn beschermengel zit mij in de weg! Ik wil hem voorbij! Het competitiegevoel keert als een tsunami terug. De eindspurt komt in zicht: ik stuur mijn tweewieler bij, de adrenaline golft weer door mijn lichaam.


‘Ik race aan hem voorbij! Snel en maar met één doel voor ogen: ik wil winnen!’

Het boost zich een weg vooruit! Met mijn tegenstander ondertussen naast mij, stoot ik mijn laatste krachten uit. Maar hij geeft niet op! Het lijkt wel of hij een tandje bijzet. Ik zie medeverkeersdeelnemers acuut remmen. Auto’s moeten stoppen. Ik zie gebalde vuisten en priemende middelvingers in mijn ooghoeken verschijnen. Natuurlijk leg ik ook niet het bijltje erbij neer. De grimmigheid moet vanaf mijn gezicht te lezen zijn. Het kan mij niets schelen: ik ga steeds harder en harder! Als ik nu moet remmen, eindig ik deze rit in een spontane salto. Dus ik moet doorgaan! Ik kan niet meer stoppen! Er zit niets anders op. De wind lijkt meer op te gaan zetten. De overwinning is nabij, maar je krijgt het niet zomaar cadeau. Ondertussen realiserend wat Leontien van Moorsel heeft doorgemaakt en al die Tour de France winnaars. Op weg naar de overwinning. Het ultieme genot! Voorovergebogen over mijn stuur, steeds sneller trappend. In een gezwinde cadans.  En ik win! Ik nader de laatste rotonde, mijn rivaal ver achter mij latend! Ik zie de Schelde. Daar is de finish. Eindelijk. Het parcours stopt hier definitief. Er is geen weg meer verder. Ik voel mij klam en uitgeput. Het zweet gutst over mijn rug als een niet meer te stoppen hete zomerregenbui. Maar ik heb het gehaald. Met mijn oude karretje. Wat ben ik trots. Een gevoel van extase baant zich een weg door mij heen. Nog niet denkend aan de weg terug…

Lees ook:
'Het was echt de allerlaatste keer...' van februari 2016
© Copyright Corawriter 2016

maandag 30 mei 2016

Vier binnenkort de honderdste aflevering mee met een kistje wijn en de marathon!

Tekst:         Cora Verhelst
Fotografie: Ronny Bouwens
 
Hier zit ik dan weer. Ja hoor. Inderdaad. Achter mijn laptop. En het toetsenbord natuurlijk. Terwijl ik de toetsen in ritmische bewegingen aanraak, stromen de woorden als een kabbelend beekje over het scherm. Om vervolgens als losse componenten samen te smelten tot complete zinnen. Soms met een vleugje humor, drama, of emotie, met hier en daar wat leerzame tips.
Onze eerste foto van Knabbel: wat waren we trots!
Ondertussen ben ik met het aftellen begonnen. Je vraagt je nu natuurlijk af, waarvoor. Ik zie namelijk het nummer 94 bovenaan mijn scherm staan. Dat betekent dat ik nog 6 aantallen verwijderd ben van de 100. Het getal 100 klinkt magisch. Maar 100 keer wat? Nou, 100 x ‘zomaar een stukje’. Zo ben ik eigenlijk begonnen. Ik wilde het schrijven toch een beetje leren, en toen werd ‘zomaar een stukje’ geboren. Ik zit nu namelijk op nummertje 94. Ik ben eigenlijk wel benieuwd waar de honderdste over zal gaan. Dat weet ik namelijk zelf ook nog niet. Of het positief klinkend zal zijn, emotioneel, of vol drama. Ook afhankelijk van de situatie, van mijn gemoedstoestand, en van de tijd van de dag. Of ik wijn op heb of niet. Dat maakt soms ook verschil. Die tip heb ik meegekregen tijdens mijn opleiding ‘journalistiek schrijven’. Als het niet lukt: gewoon een glas wijn nemen, of een stukje gaan wandelen, je gedachten verzetten door wat anders te doen. Ja, die tips krijg je allemaal. Die van het glas wijn, neem ik altijd als eerste. Je kunt je voorstellen dat er al heel wat flessen doorheen zijn gegaan. Ook heb ik veel onderwerpen voorbij zien komen. Soms ontstonden ze gewoon. Andere moest ik stimuleren, of voeden. Er zijn ook ‘zomaar stukjes’ bij die ik nog nooit heb gepubliceerd. Ik zeg het maar even. Want je hebt altijd van die control freaks die dan stiekem al die teksten van mijn weblog gaan tellen. Want dan klopt de telling zeer zeker niet. Dat kan ik je nu al vertellen. Dus bespaar je de moeite.
Niet alleen de wijn, ook de likeur
vloeide rijkelijk tijdens het tot stand komen
van de stukjes
Ik wacht gewoon af op de dingen die komen gaan. Zoals bij het eerste begin. Ben jij die trouwe lezer vanaf december 2012? Als dat het niet het geval is, kan ik je mijn eerste tekstje best aanraden: ‘Knabbel en Babbel in het bos'. Ik weet het nog goed toen ik het voor het eerst publiceerde op mijn weblog. Wat was ik euforisch. Mijn eerste stukje! Omdat de adrenaline zo door mijn lijf denderde, moest ik gelijk een half uur op de crosstrainer. De euforie is niet meer zo hevig als in het begin. Maar goed. Lees die Knabbel en Babbel nog maar eens. Misschien heb je dezelfde euforie als ik toen. Ga je daarna gelijk sporten! Maar dat weer terzijde. Ik moet het afwachten hoe de 100e editie zal zijn. Misschien zijn we dan wel op vakantie. En rijden we door een mooi stukje Frankrijk. Of België. We hebben nog heel wat bijzondere plaatsjes op de planning staan. Hopelijk kan ik je wat toeristische tips meegeven in mijn 100e aflevering. Aangezien de zomer voor de deur staat. Het kan ook zijn dat we dan gewoon in Perkpolder staan op de camping. Of in Postel. Net over de grens van Nederland/België. Met Pasen naar Postel. Ja, daar zijn we inderdaad geweest met de Paasdagen. We hadden schitterend weer! Nee, dat was niet dit jaar. Dat was in 2014. Daar zijn de stukjes ‘een tipje van de lente opgelicht’ (april 2014) en ‘schildpadden aan de schelde’ (juni 2014) ontstaan. Ja, je moet er inderdaad op uit om je fantasie te prikkelen. En al schrijvende, komt het vaak vanzelf. En dat glas wijn? Dat zal vast een heel kistje worden bij de honderdste! Wat zal ik dan euforisch zijn. Loop ik gelijk de marathon!

Lees ook:
'Knabbel en Babbel in het bos' en 'Zatte bramen' van december 2012

Copyright Corawriter 2016