Mijn nieuwtjes
zondag 11 januari 2026
Sneeuwpret
dinsdag 16 juli 2024
Van stijl naar vlak
Wat had ik er zin in! Een weekendje naar Provinciaal Domein Puyenbroeck:
heerlijk kamperen in het groen. Relaxed fietsen door de bossen van Meetjesland:
over slingerende paden die je begeleiden langs rustieke plassen. De familie waterhoen
spotten in de vijvers. Genieten op het terras bij het restaurant. Dat werd een weekendje
onthaasten: Er stond ons een mooie plek te wachten op de camping. De fietsen
werden geplaatst op de fietsendrager. Het was nu alleen nog maar een kwestie
van de spullen erin en vertrekken! Maar dat liep anders.
![]() |
| Bovenop De Muur wacht een schitterend uitzicht |
Het vlakke Meetjesland werd door vriend Ronny verruild voor de steile Vlaamse Ardennen. Geen vlakke paden maar flinke klimmers. Wat zeg ik: ik stond oog in oog met De Muur van Geraardsbergen. En dat niet alleen. Want eenmaal boven: ging het weer in sneltreinvaart naar beneden. Wel door een prachtig idyllisch golvend landschap. Maar de route werd meer lopend dan fietsend afgelegd. Toegegeven: heb je De Muur eenmaal beklommen, dan kan je rekenen op een mooi uitzicht. En het aldaar gevestigde Taverne ’t Hemelrijck’ belooft de lekkerste gerechten en dranken. Het terras ligt bovenop de heuvel waar talrijke wielrenners in strakke pakken en met lijven gebogen over de fiets passeren.
Zoals gezegd werd de terugtocht een tocht te voet: de steile
afdaling per fiets durfde ik niet aan. Desalniettemin maakte het
heuvellandschap met de bloeiende borders natuurlijk veel goed. Eenmaal terug op
de camping op Provinciaal Domein De Gavers konden we genieten van een mooie
ruime camperplaats met de nodige privacy. Nu restte alleen nog een rustige
avond met een goed boek. Hoe mooier kan het zijn? Maar eerst nog even Facebook
checken: nicht Ingrid, een regelrechte sportfanaat uit het Noord-Hollandse
Heerhugowaard, bleek ook haar weekend in België door te brengen. En wel in
Merelbeke, zo’n 35 kilometer van onze camping vandaan. Wat een toeval! Ik tipte
haar over het restaurant bij ons op de camping. Leuk vond ze het wel. Dat spontane
berichtje van mij. Ze stapte met vriend in de auto en reed richting De Gavers.
De vriend in kwestie bleek in België te wonen waar ze dat weekend zou logeren. Eenmaal
in het restaurant spraken we over groenten kweken, kruiden gebruiken voor
gerechten en van alles en nog wat. De regen kwam met bakken uit de hemel. De
woorden vloeiden al net zo hard in onze conversaties. Na een gezellig avondje
namen we afscheid.
De nacht verliep rustig en de volgende ochtend scheen de zon
volop. We pakten de fiets en haakten in op het jaagpad langs de Dender. Onze
trappers rouleerden in het rond. De zondagse rust voelde als een warme jas. Bij
fiets- en wandelcafé d’Overkant’ hielden we halt. Een grijze Britse Korthaar
begroette ons hartelijk. Zijn baasjes bleken ook nog eens uit onze streek te
komen. Ze herkenden meteen ons accent! We namen na een hapje en een drankje
weer afscheid van de Brit en sjeesden weer verder langs de Dender over het
vlakke jaagpad. Want hier valt volop groen te ontdekken!
zaterdag 1 april 2023
1 april
Hij was altijd rustig en integer. Spreken deed hij dan ook met een omfloerste stem. Het was aangenaam om naar hem te luisteren. Ook zijn woorden leek hij zorgvuldig te kiezen. Wanneer zijn vrouw uitgescholden werd door een medebewoonster berispte hij de ‘dader’ op een rustige toon. Op een correcte wijze. Professioneel bijna. Alsof hij niets anders deed. Hij liet zich absoluut niet verleiden tot scheldkanonnades. Ondanks zijn 88 jaar zag hij er fysiek goed uit. Bijna atletisch zelfs. Altijd netjes gekleed. Het was een man waarmee je, als je hem in het dagelijkse leven zou tegenkomen, best eens een kopje koffie mee zou willen drinken. Vaak was hij vriendelijk, beleefd en dankbaar. De sociale vaardigheden in acht nemend. Wanneer ik zijn kopje koffie bracht, altijd met een klontje suiker en een wolkje melk, bedankte hij mij altijd. Aan tafel, tijdens het avondeten, schepte ik zijn bord vol die hij vervolgens helemaal leeg at. Hij klaagde nooit.
Op een avond stond hij bij de koekjesdoos. Spiedend keek hij in het rond. Het was overduidelijk dat hij niet gesnapt wilde worden. Hij pakte er een koekje uit en stak het in het zakje van zijn overhemd. Het ligt bijna in de lijn van de verwachting dat hij helemaal de doos leeg zou plunderen. Zijn dementie kon zomaar ineens de kop opsteken. Maar hij deed het deksel er weer op.
In eerste instantie zou je denken dat er niets met hem aan de hand was. Soms leken zijn opmerkingen bijna filosofisch en vaak humorvol. Het zou een fijne collega zijn om mee samen te werken. Ik vroeg me vaak af hoe hij geweest moest zijn voordat de dementie grip op hem had gekregen. Hij leek mij een echte grappenmaker. Een droogkloot, zouden ze vroeger zo iemand genoemd hebben.
Toen ik op een dag door de gang liep in het verzorgingstehuis kwam hij als een ‘duveltje uit een doosje’ vanachter een muur tevoorschijn. Het leek wel weer een van zijn grappen. Hij liep in zijn hemd met een lange broek en een plastic blauw mutsje op. Je kent ze wel. Van die mutsjes die medici wel eens dragen tijdens operaties. ‘Anders wordt mijn haar nat,’ gaf hij hiervoor als verklaring. Als je niet beter zou weten zou je denken dat hij de lolbroek op het werk was. Iemand waarvoor je op die ene grappendag waakzaam moest zijn. Hoe ironisch was het toen ik tijdens het bestuderen van zijn eetgewoonten in de map mijn oog viel op zijn geboortedatum. De grapjas. Maar het stond er toch echt zwart op wit: 1 april.
Copyright Corawriter 2021
zondag 19 maart 2023
Een gezellig onderonsje
,,Ik geloof dat ik maar afslag Terneuzen ga nemen,” zeg ik vastberaden. Anita van Autorijschool Kijkuit staat op de parking op mij te wachten voor een lesje Westerscheldetunnel rijden. In principe is het niet moeilijk. Rechttoe rechtaan. Ondertussen luister je naar een muziekje of naar de verhalen van je medepassagier.
Het zou zo handig zijn. Een tunnel onderdoor de
Westerschelde. Geen wachttijden meer. Binnen een paar minuten rijd je naar de
overkant. 6,6 kilometer. Maar je moet het maar durven. Sommigen doen het gewoonweg
niet. Ik heb het wel gedaan maar nu ook weer al jaren niet. Het gapende gat van
de WST lijkt in mijn gedachten steeds groter te worden. Het uiterlijk, een
grote grijze rioolbuis, wordt steeds lelijker: ,,Je moet het niet zien als een ingang maar als een uitgang. En je
rijdt er veilig. Er staan camera’s. Gebeurd er iets dan zijn de hulpdiensten
snel ter plekke.” Geruststellende woorden van Anita dus. En later volgen nog
interessante feiten over de tunnel. Die vertelt ze tijdens de rit. Bewondering
heb ik wel voor deze rijinstructrice. Je moet het maar doen. Met iemand
meerijden die angst heeft. Want hoe ga ik reageren? We zijn aan het rijden en
bij onvoorziene reacties moet ze ingrijpen. En zelf rustig blijven.
We besluiten om met mijn auto te rijden. Dat is vertrouwd.
Wel hangt ze een extra achteruitkijkspiegel op voor haarzelf. Zo kan ze toch al
het verkeer in de gaten houden. ,,Er is nog een bocht die ik vervelend vind,”
meld ik haar. Het is die bocht nadat we ingevoegd zijn op de Tractaatweg en
richting de Sluiskiltunnel rijden. Jawel, we passeren nog een tunnel. ,,Ok,”
zegt ze, ,, geef het maar aan wanneer we daar rijden.”
Ik start mijn auto nog steeds met het plan afslag Terneuzen
te nemen. Dat is de laatste afslag voor de tunnel. We voegen in op de
Tractaatweg en vervolgen onze weg richting de Sluiskiltunnel. Die akelige bocht
dus. Want van rechts nadert ook nog eens invoegend verkeer. ,,Deze bedoel ik
dus,” licht ik Anita in. ,,Maar nu valt het mee. Ik heb er niet veel last van.”
Zou dat door de aanwezigheid van Anita komen? Ze straalt rust en vertrouwen
uit. Zo voel ik mij op dit moment ook. We rijden de Sluiskiltunnel in. Hier tel
ik soms de poortjes om mij wat af te leiden. Dit werkt niet in de WST, want
daar hangen er zo’n 120. Ontspannen rijd ik door de Sluiskiltunnel. We naderen
afslag Terneuzen. ,,Wat zal ik doen? Afslaan of doorrijden?” Ik mompel wat in
mezelf. Anita bemoeit zich er niet mee. Die beslissing laat ze aan mij over. Tot
het laatste moment twijfel ik. Maar ik rijd door. Het bord ‘Lichten aan’
nadert. De slagbomen. En dan is het zover: ik laat me erin glijden. Anita
praat rustig verder. ,,Wist je dat er hier gangen zijn waar je kan lopen? En
als er iets gebeurt kan je hier op het alarmlicht drukken,” ze wijst in mijn
auto naar de driehoek op mijn dashboard. ,,Je bent hier veilig,” zegt ze. Ik
ben teruggezakt van 100 naar 80 maar blijf stabiel in mijn snelheid. Andere
auto’s passeren. Ik luister naar Anita. Dat helpt en leidt af terwijl ik toch
alert blijf. Het blijft een aparte onderneming. Door zo’n tunnel. ,,Je rijdt
een mooie snelheid. Anderen kunnen je gewoon voorbij steken.” Ze kletst nog wat
verder en informeert mij over leuke wetenswaardigheden: ,,Wist je dat er ook een nacht van
de nacht georganiseerd wordt in de tunnel? Je rijdt er met een busje in. Je mag
er dan ook uit en je bezoekt de gangen. Welllicht ook nog iets voor je om aan
deel te nemen.” We zoeven zacht door de tunnel. Af en toe zie ik de borden met
de aantal kilometers voorbij komen: nog 4, nog 3. Pfff, we zijn over de helft. Ik
voel me goed. We kletsen rustig verder. En dan, licht aan het eind van de
tunnel. We hebben het gehaald! Ik krijg moed en haal een vrachtwagen in. Een
eind verderop parkeren we op verzoek van Anita op de kiss-and-ridestrook. Hier
moet ik toch even ontladen. De stress komt er uit. Ik word beverig. We blijven
nog even staan en praten na. Kort daarna vervolgen we onze weg naar Borssele en
keren terug.
Anita stuurt mij informatie over de Nacht van de Tunnel van 2019. Ik bedank haar voor het vertrouwen en beloof haar op de hoogte te houden. Ze antwoordt: ,,We gaan anders samen nog een keer maar als je zelf gaat neem dan je favoriete muziek mee en bedenk waar je jezelf op gaat trakteren als je weer thuis bent.. je hebt 6,6 kilometer de tijd om je te verheugen op je traktatie.” :- )
Volgende keer:
Het voorleeskwartiertje
zondag 2 oktober 2022
Cultuur, natuur en gezellige terrasjes vind je in Amiens in Picardië
Fotografie: Ronny Bouwens
| In de avonduren speelt zich een lichtshow af |
Breng een bezoek aan deze historische kathedraal met zijn drie portalen, twee galerijen met kolossale beeltenissen en het flamboyante rozet. Het interieur is verrassend helder met eikenhouten snijwerk van begin 16e eeuw. Meer dan 4000 figuren beelden Bijbelse taferelen uit.
| Drijvende tuinen in Amiens |
![]() |
| Ons bijzondere reisgenootje reist al bijna 10 jaar mee! |
bezoekt tijdens een vakantie zo’n 10 camperplaatsen en/of campings. In augustus wordt Dimpey 13 jaar.
zaterdag 25 december 2021
Stille kracht in het universum…
![]() |
| Mysterieuze sterren, ongrijpbaar, niet bevattend |
![]() |
| De sterren staan symbool voor mijn oom |
Het bericht kwam dan ook als een mokerslag aan toen ik vernam dat een hogere macht hem totaal onverwachts naar de sterren gezonden had. Een hartaanval was hem fataal geworden…
,,Hij kon wel eens wat afstandelijk zijn”, zei een mevrouw met muisgrijze haren en een bleke gelaatskleur tijdens zijn indrukwekkende crematie. Ach, die oom, soms verlegen. Een ouwe goedzak was het. ,,Hij had altijd zo van die twinkeloogjes”, zei weer een andere mevrouw met een hoogblond bobkapsel. Welja, als ik dan inderdaad de sterren zie twinkelen, zo in de pikzwarte nacht, moet ik aan hem denken. Hoe kan het ook anders. Als een donderslag bij heldere hemel verdween hij. Of als de oerknal. Hij had het zelf ongetwijfeld veel beter kunnen omschrijven. Als sterren- en heelaldeskundige.
Op zoek naar meer mooie verhalen? Dan is het boek 'Zatte Bramen en andere sfeerverhalen' iets voor jou! Te koop bij Boekscout.nl.
vrijdag 6 augustus 2021
Het was de aller- aller- allerlaatste keer...
![]() |
| De trappers gleden als een geoliede machine |
De transactie was snel beklonken; de verkoper maakte de fiets rijklaar en snoerde de fietstas met de naar leer geurende riempjes vast aan de bagagedrager. Bij het thuiskomen 'smokkelden' we de fiets snel de schuur in. Ik keek om het hoekje van de deur en gluurde naar mijn moeder, zonnebadend op haar stretcher, verzonken in een middagdutje, haar benen glimmend van de zonnebrandolie. In het gazon madeliefjes als een krans er om heen. Mijn vader reed er altijd met zijn grasmaaier bewust aan voorbij om zo een natuurlijk kleedje te creëren. De wind verlegde een haarlok en de zon deed haar zomersproeten talrijker worden. Een merel landde in de bloeiende rozenstruik met zijn oranje snaveltje prominent voor zich uit stekend. De tak zwiepte even zachtjes op en neer. Rozenblaadjes dwarrelden naar beneden en kwamen op haar been terecht. Had ik het goed gezien? Keek de vogel met zijn zwarte kraaloogjes onze kant op?
Melodieus gezang volgde. Alsof hij haar wakker wilde maken. Alsof hij ons geheim wilde verklappen. Maar ze sliep rustig door. De hoofdjes van de madeliefjes bewogen zacht in de wind, bijna op het ritme van haar ademhaling.
Ik draaide me om en mijn vader knipoogde naar mij alsof hij ons geheim wilde bekrachtigen. Ze kon nu niet anders dan overstag gaan. Er was geen weg meer terug. ,,Iedereen kan met mij alle kanten op, maar met jou sla ik de allerbeste weg in,'' gebruikte hij altijd als oneliner tussen ons. We hadden dan ook een vader-dochter relatie met een stevig fundament. Waarbij woorden vaak overbodig waren maar één blik, of een betekenisvolle zin, al veelzeggend was. Op dat moment hoorden we geritsel. We keken allebei om. Ons gestreept tijgertje keek ons vragend aan en schuurde met haar lichaam tegen mijn been, terwijl haar ruggetje licht kromde en haar staart zich krulde.
Al snel naderde het nieuwe schoolseizoen en reed ik op mijn nieuwe fiets met mijn boekentas ermee naar school. Elke dag door weer en wind. Hagel ketste in mijn gezicht als scherp steengruis terwijl ik knokte tegen de harde stormwind die mij richting sloot dirigeerde. Maar deze stalen ros hield mij overeind. Jarenlang bewees hij mij goede diensten totdat ik mijn rijbewijs haalde. De fiets verdween definitief in de schuur. Wegdoen? Nee. Dat nooit! Oude herinneringen zaten als een stuk modder er aan vastgeplakt.
Terwijl ik het beduimelde briefje met het adres in mijn hand vastgeklemd hield, kromde mijn andere hand zich krampachtig om het stuur. Alsof ik niet meer los wilde laten. Het zachte suizen van de fiets als het ruisen van de zee zorgden voor nog meer twijfels. De angst voor het afscheid groeide met de minuut. Mijn hart bonkte tegen mijn ribbenkast terwijl zweetdruppels op mijn voorhoofd parelden. Het fietspad vloeide langzaam over in een smal langweggetje. Een groen hekwerk wees mij de weg naar links. In de verte een oud huis met kozijnen waar de verf vanaf krulde. Ervoor een lading fietsen opeengepakt als stukken oud vuil. Ik bolde langzaam uit op het terrein van de fietsenkarkassen. Een man met grote zwarte laarzen trapte er tegenaan. De fietsen kraakten. Was dit zijn definitieve lot? Moest hij hier tussen staan? Als een afgedankt voorwerp? Waarom moest mijn oude brik eigenlijk weg? Als ik thuis goed rondkeek had ik er vast nog ergens een plaatsje voor.
De man keek mij vragend aan. Ik stamelde nog wat maar draaide met mijn stuur al de andere kant op. Ik hobbelde scheef weg over het oneffen pad, brandnetels brandden langs mijn benen. Maar dat gaf mij nog eens een extra boost en ik reed keihard van het fietsenkerkhof af…deze fiets ging weer mooi terug naar huis! Hij verdiende een keurig plaatsje onder zijn vertrouwde wollen dekentje. Hij moest eerst maar eens opgepoetst worden. En daarna? Ach ja, over 30 jaar zie ik wel weer…






